water dat zich aan de buitenzijde van het toeslagmateriaal bevindt.
Zie ook absorptiewater
Nadere omschrijving
Bij het ontwerpen van betonsamenstellingen wordt het adsorbtiewater (het water dat zich op de toeslagkorrels bevindt) meegerekend bij het vaststellen van het effectief watergehalte voor de berekening van de water-cementfactor of water-bindmiddelfactor. Het absorbtiewater (het water in de korrel) wordt hierbij niet meegerekend.
Bij het bepalen van de volumieke massa van toeslagmateriaal wordt onderscheid gemaakt naar de verschillende 'vochtcondities'. We onderscheiden:
|
Symbool
|
Toelichting
|
|
ρ a
|
volumieke massa van het materiaal zonder inwendige poriën of met een zeer laag percentage poriën (a = ‘apparent’)
|
|
ρ rd
|
volumieke massa van het materiaal met een niet te verwaarlozen percentage inwendige poriën (rd = ‘relative density’)
|
|
ρ b
|
volumieke massa van los gestort materiaal (b = ‘bulk’)
|
|
ρ ssd
|
volumieke massa van verzadigd, oppervlakte-droog materiaal (ssd = ‘satured, surface dry’)
|
Normen/aanbevelingen/literatuur
-
NEN-EN 1744:1998 Beproevingsmethoden voor de chemische eigenschappen van toeslagmaterialen - Deel 1: Chemische analyse par. 15.7 Bepaling van in water oplosbare chloorzouten, de Volhardmethode.
-
NEN-EN 1097-6:2000 Beproevingsmethoden voor de bepaling van mechanische en fysische eigenschappen van toeslagmaterialen. Deel 6: Bepaling van de deeltjesdichtheid en de wateropname.
-
NEN-EN 13055-1:2002 Lichtgewicht toeslagmaterialen - Deel 1: Lichtgewicht toeslagmateriaal voor beton, mortel en grout.
-
NEN 3543:2004 Nederlandse aanvulling op NEN-EN 13055-1.
-
NEN-EN 1744:1998 Beproevingsmethoden voor de chemische eigenschappen van toeslagmaterialen
|