Nadere omschrijving
In lichtbeton wordt de lage(re) volumieke massa doorgaans verkregen door het toepassen van
lichte toeslagmaterialen.
We onderscheiden natuurlijke en kunstmatig vervaardigde lichte toeslagmaterialen.
In de natuur komen lichte toeslagmaterialen voor, bijvoorbeeld van vulkanische oorsprong. Dit
zijn meestal poreuze korrels met een zodanig lage volumieke massa dat het ermee vervaardigde beton
in de klasse lichtbeton valt (volumieke massa van het beton lager dan 2000 kg/m3). Voorbeelden zijn bims en lava. De toepassing ervan is beperkt.
Meer toegepast worden de kunstmatig vervaardigde lichte toeslagmaterialen. Vooral
toeslagmateriaal uit geëxpandeerde klei wordt veel gebruikt.
Daarnaast zien we geëxpandeerd natuurlijk gesteente en gesinterde vliegas.
NEN-EN 206-1 onderscheidt de volgende betonsoorten naar volumieke massa:
|
normaal beton
|
beton met een ovendroge volumieke massa groter dan 2000 kg/m3, maar niet meer dan 2600 kg/m3.
|
|
lichtbeton
|
beton met een ovendroge volumieke massa van niet minder dan 800 kg/m3 en niet meer dan 2000 kg/m3. Het wordt vervaardigd door het gebruik van licht toeslagmateriaal ter vervanging van
een deel of van al het toeslagmateriaal.
|
|
zwaar beton
|
beton met een ovendroge volumieke massa groter dan 2600 kg/m3.
|
Normen/aanbevelingen/literatuur
-
NEN-EN 206-1, Beton, deel 1; Specificatie, eigenschappen, vervaardiging en conformiteit
(2001).
-
NEN 8005, Nederlandse invulling van NEN-EN 206-1, Beton - deel 1; Specificatie,
eigenschappen, vervaardiging en conformiteit (2004).
-
NEN-EN 13055-1:2002, Lichtgewicht toeslagmaterialen - Deel 1: Lichtgewicht toeslagmateriaal
voor beton, mortel en grout.
- Betonpocket par. 6.5.
- Betoniek 11/17 Licht en Zwaar.
-
CUR-Aanbeveling 39 Beton met grove lichte toeslagmaterialen.
|