• Menu
  • Zoek
  • Login

Agrabeton

Duurzaam bouwen in agrarische sector

Bestandheid beton tegen vorst en dooizouten

Wat gebeurt er precies in met water verzadigd beton op erfverhardingen en kavelpaden, als het gaat vriezen en er dooizouten worden aangebracht? Cementkeuze, klinkergehalte en lucht blijken een grote invloed te hebben op de vorstdooizoutbestandheid.

02 Vorst dooi 1 660

De milieuklasse van betonnen erfverhardingen en kalverpaden is meestal XF4. Dat cementkeuze en klinkergehalte van invloed zijn, blijkt uit de grafiek 'Cementsoort / CO2 index van cement'. Als het klinkergehalte daalt, daalt ook de beginsterkte van het beton en ook de weerstand tegen vorst en dooizouten.

02 Vorst dooi 2 660

In de Nederlandse regelgeving voor beton blijkt een schijnbare keuze binnen de milieuklasse XF4 tussen betonmengsel met of zonder luchtbelvormer. De norm suggereert gelijkwaardigheid. Maar dat is niet het geval. Uit onderzoek komt naar voren dat beton met lucht duidelijk beter bestand is tegen vorst en dooizouten.

Oppervlak extra hydrofoberen?

Proeven om de bestandheid van beton tegen vorst en dooizouten vast te stellen zijn beschreven in de regelgeving (op geboorde kernen of kubussen) en geven als resultaat een omgerekend massaverlies naar kg/m2. Uit proeven op het uit het werk geboorde kernen, op gezaagde oppervlakken en gestorte oppervlakken die eerst nog zijn voorzien van een hydrofobeermiddel, blijkt dat het gemiddelde massaverlies van een gehydrofobeerd gestort oppervlak ruim 20 procent lager ligt dan van een gestort oppervlak zonder hydrofobeermiddel.
Ook blijkt dat het gemiddeld massaverlies van het gezaagd oppervlak nagenoeg gelijk is aan dat van het gehydrofobeerd gestort oppervlak. De resultaten van de kernen die uit dezelfde plaat zijn gehaald, lopen erg uiteen tussen de verschillende laboratoria waarin ze onderzocht zijn. Mogelijke reden hiervan zou kunnen zijn de interpretatie van de uitvoering van de Slab-test volgens de Europese Norm EN/TS 12390-9.

02 Vorst dooi 3 660

Slab-test

In België hebben de ervaringen met de ruime interpretatie van de Europese Norm EN/TS 12390-9, inmiddels geleid tot een aanvullende nauwkeurige beschrijving voor de uitvoering van de Slab-test. Deze aanvulling is te vinden in Annex E van RNR06.

 

Delen:
FacebookTwitterLinkedIn